HOOFDSTUK 8

Xerox en Lisa

De grafische gebruikersinterface

Een nieuwe baby

De Apple II bracht het bedrijf van Jobs’ garage naar de top van een totaal nieuwe industrie. De verkopen stegen pijlsnel, van 2500 in 1977 tot 210.000 in 1981. Maar Jobs was rusteloos. De Apple II kon niet eeuwig succesvol blijven. En hij wist dat de machine, hoeveel hij ook had gedaan aan het uiterlijk, van voedingskabel tot kast, altijd beschouwd zou blijven worden als Wozniaks meesterwerk. Hij moest een eigen machine hebben. Meer dan dat: hij wilde een product dat, in zijn eigen woorden, een deuk zou slaan in het heelal.

Eerst had hij de hoop dat de Apple III die rol zou kunnen spelen. Die zou meer geheugen hebben, op het scherm pasten van links naar rechts tachtig lettertekens in plaats van veertig en hij kon zowel gewone letters als hoofdletters aan. Jobs bepaalde vanuit zijn passie voor industrieel design de afmetingen en vorm van de kast en niemand mocht daar iets aan wijzigen, zelfs niet toen groepen ontwerpers meer componenten op de printplaat aanbrachten. Het resultaat was een volgepropte printplaat met slechte connectoren die regelmatig uitvielen. Toen de Apple III in mei 1980 op de markt werd gebracht, werd het een flop. Randy Wigginton, een van de ontwerpers, vatte het samen: ‘De Apple III was zoiets als een kind dat in een groepsorgie is verwekt, waarna iedereen vreselijke hoofdpijn heeft en er een bastaardkind rondloopt waarvan iedereen zegt, dat is niet van mij.’

Jobs had zich inmiddels van de Apple III gedistantieerd en was wanhopig op zoek naar manieren om iets heel anders te produceren. Eerst flirtte hij een tijdje met het idee van touchscreens, maar hij raakte daar vreselijk gefrustreerd van. Bij een demonstratie van de technologie kwam hij te laat, zat een tijdlang te friemelen en brak toen plotseling de ontwerpers midden in hun presentatie af met een bruusk ‘dank jullie wel’. Ze begrepen het niet. ‘Wil je dat we gaan?’ vroeg er een. Jobs zei ja en verweet zijn collega’s toen dat ze zijn tijd hadden verprutst.

Toen namen hij en Apple twee ontwerpers aan van HP om een compleet nieuwe computer te bedenken. De naam die Jobs daarvoor koos, zou zelfs de meest doorgewinterde psychiater met zijn ogen doen knipperen: de Lisa. Er waren meer computers genoemd naar dochters van ontwerpers, maar Lisa was een dochter die door Jobs was verlaten en van wie hij nog steeds niet helemaal toe wilde geven dat ze van hem was. ‘Misschien deed hij het uit schuldgevoel,’ zei Andrea Cunningham, die bij Regis McKenna de public relations voor de Lisa verzorgde. ‘We moesten met een acroniem komen zodat we konden verklaren dat hij niet naar het kind Lisa genoemd was.’ Waar ze achteraf mee kwamen, was ‘Local Integrated Systems Architecture’ en ondanks dat dat niets betekende, werd dat de officiële verklaring van de naam. Onder de ontwerpers werd dat ‘Lisa: Invented Stupid Acronym’. Toen ik Jobs er jaren later naar vroeg, gaf hij het ronduit toe: ‘Natuurlijk was hij naar mijn dochter genoemd.’

De Lisa werd bedacht als een machine van $ 2000 rond een microprocessor van 16 bit in plaats van die van 8 bit die in de Apple II zat. Zonder de toverkunsten van Wozniak, die rustig bleef werken aan de verdere ontwikkeling van de Apple II, waren de ontwerpers begonnen met het produceren van een gewone computer met conventionele tekstweergave – ze waren niet in staat om de krachtige microprocessor aan te zetten tot iets extra’s. Jobs begon ongeduldig te worden omdat het allemaal zo saai bleek te worden.

Er was echter een programmeur die het project nieuw leven in wist te blazen: Bill Atkinson. Hij was promovendus neurowetenschappen, die het nodige geëxperimenteerd had met lsd. Toen hem gevraagd werd om voor Apple te komen werken, weigerde hij. Maar toen stuurde Apple hem een niet-inwisselbaar vliegticket en besloot hij dat te gebruiken om Jobs te laten proberen hem over te halen. ‘Wij zijn bezig de toekomst uit te vinden,’ vertelde Jobs hem aan het einde van een drie uur durend propagandaverhaal. ‘Denk je eens in hoe je op de voorste rand van een golf surft. Het is echt spannend. En denk je nou eens in hoe je achter die golf aan met je handen naar het strand peddelt. Dat zou lang zo leuk niet zijn. Kom hier naartoe en sla een deuk in het heelal.’ Atkinson deed het.

Atkinson, met zijn krullen en zijn hangsnor die zijn opgewekte gelaatsuitdrukking niet kon camoufleren, had iets van Woz’ vernuft en Jobs’ passie voor echt coole producten. De eerste taak die hij kreeg, was het ontwikkelen van een programma om een aandelenportefeuille te beheren door automatisch in te bellen met de dienst van Dow Jones, de cijfers te ontvangen en weer op te hangen. ‘Ik moest snel schrijven aangezien er een advertentie voor de Apple II in een tijdschrift verschenen was, waarop manlief aan de keukentafel naar een Apple-scherm zit te kijken met daarop grafieken van aandelen terwijl zijn vrouw hem stralend aankijkt – maar zo’n programma bestond nog niet en ik moest het dus creëren.’ Daarna schreef hij voor de Apple II een versie van Pascal, een hogere programmeertaal. Jobs had zich ertegen verzet omdat hij van mening was dat de Apple II niet meer nodig had dan BASIC, maar tegen Atkinson zei hij: ‘Omdat je er zo geestdriftig over bent, geef ik je zes dagen om te bewijzen dat ik het bij het verkeerde eind heb.’ Het lukte hem, en Jobs had vanaf dat moment groot respect voor hem.

In de herfst van 1979 gokte Apple dus op drie mogelijke opvolgers van het werkpaard de Apple II. Je had de rampzalige Apple III. Dan was er het Lisa-project, dat op een teleurstelling aan het uitlopen was. En ergens buiten Jobs’ radarscherm, op dat moment althans, was een groepje radicale vernieuwers bezig met een project voor een goedkope machine met de codenaam Annie, die ontwikkeld werd door Jef Raskin, een voormalige universiteitsmedewerker die Bill Atkinson nog les had gegeven. Raskins doel was het maken van een goedkope ‘computer voor de massa’ die als een soort huishoudelijk apparaat zou dienen – een geïntegreerd geheel van computer en toetsenbord en monitor en software – met een graphical user interface (GUI), een grafische gebruikersinterface: de gebruiker interacteert met zijn computer door middel van plaatjes in plaats van codes. Hij probeerde zijn collega’s bij Apple te verleiden om bij een cool onderzoekscentrum te komen werken, ook in Palo Alto, dat juist dergelijke ideeën aan het verkennen was.

Xerox PARC

Het Xerox Corporation’s Palo Alto Research Center, beter bekend als Xerox PARC, was in 1970 opgericht als broedplaats voor digitale ideeën. Het lag veilig ver weg, wat je daar ook van vindt: 4500 kilometer van het hoofdkwartier van Xerox in Connecticut. Een van de visionairs daar was de geleerde Alan Kay, die twee lijfspreuken had die van Jobs hadden kunnen zijn: ‘De beste manier om de toekomst te voorspellen is hem uit te vinden’ en ‘Mensen die echt met software bezig zijn, zouden hun eigen hardware moeten maken’. Kay toverde een beeld voor ogen van een kleine persoonlijke computer, die hij ‘Dynabook’ noemde, die gemakkelijk genoeg te gebruiken zou zijn voor kinderen van alle leeftijden. Daarom waren de Xerox-ontwerpers bezig met het ontwikkelen van gebruiksvriendelijke graphics die al die commandoregels en DOS-prompts zouden kunnen vervangen, die computerschermen zo intimiderend maakten. De metafoor waarmee ze op de proppen kwamen was die van een bureaublad. Op het scherm konden vele documenten en mappen ‘liggen’ en met een muis zou je er een aan moeten kunnen wijzen en openen.

Deze graphical user interface of GUI (spreek uit ‘goe-ie’) werd mogelijk gemaakt door een ander idee dat bij Xerox PARC werd verkend: bitmapping. Tot op dat moment werkten bijna alle computers met letters. Je sloeg een letter aan op het toetsenbord en de computer zette die letter op het scherm, gewoonlijk in een gloeiend fosforgroen tegen een donkere achtergrond. Aangezien er maar een beperkt aantal letters, cijfers en andere symbolen bestaat, was er niet heel veel computercode (tekst in programmeertaal) of computerkracht nodig om dit te bereiken. Maar in een bitmapsysteem wordt iedere pixel op het scherm op ieder moment beheerst door bits in het computergeheugen. Om iets op het scherm te krijgen, zoals een letter, moet de computer iedere pixel laten weten of hij donker moet zijn of licht of in het geval van een kleurenscherm, welke kleur hij moet zijn. Dit neemt een heleboel computerkracht in beslag, maar het maakt geweldige graphics en lettertypes mogelijk en van die prachtige schermbeelden.

Bitmapping en grafische interfaces werden gebruikt in de prototypen van computers die bij Xerox PARC werden ontwikkeld, zoals de Alto, evenals de objectgerichte programmeertaal Smalltalk. Jef Raskin was van mening dat deze vorderingen de toekomst waren van werken op de pc en hij begon er bij Jobs en collega’s bij Apple steeds meer op aan te dringen dat ze bij Xerox PARC hun licht gingen opsteken.

Raskin had maar één probleem: Jobs beschouwde hem als een onuitstaanbare theoreticus, of, in Jobs eigen, preciezere terminologie: ‘A shithead who sucks.’ Daarom richtte Raskin zich tot zijn vriend Atkinson, die aan de andere kant stond van Jobs’ verdeling van de mensheid in shitheads en genieën, om Jobs ervan te overtuigen dat hij belangstelling moest gaan krijgen voor wat er bij Xerox PARC aan het gebeuren was. Wat Raskin niet wist, was dat Jobs bezig was met een ingewikkelde overeenkomst. De afdeling van Xerox die kapitaal in bedrijven stak, wilde in de zomer van 1979 deelnemen aan de tweede ronde van financiering van Apple. Jobs deed ze een voorstel: ‘Ik laat jullie voor een miljoen investeren in Apple als jullie de kimono van PARC openslaan.’ Xerox ging akkoord. Ze kwamen overeen dat Apple de nieuwe technologie mocht bekijken en in ruil daarvoor kreeg Xerox 100.000 aandelen voor ongeveer $ 10 per stuk.

Tegen de tijd dat Apple een jaar later naar de beurs ging, waren de aandelen die Xerox voor $ 1 miljoen dollar had gekocht, $ 17,6 miljoen waard. En toch kwam Apple hier nog voordelig uit. Jobs en collega’s kwamen in december 1979 de technologie van Xerox PARC bekijken en toen Jobs besefte dat hij nog niet voldoende gezien had, kreeg hij een paar dagen later een uitgebreidere demonstratie. Een van de geleerden bij Xerox die de voorlichting moest geven, was Larry Tesler die het geweldig vond om het werk te laten zien dat zijn bazen in het oosten niet erg leken te kunnen waarderen. Maar een collega die hiervoor ook was aangewezen, Adele Goldberg, was verbijsterd dat haar bedrijf bereid leek om zijn kroonjuwelen weg te geven. ‘Het was ongelooflijk dom, compleet geschift, en ik probeerde te voorkomen dat Jobs ook maar iets in handen kreeg,’ vertelde ze.

Goldberg kreeg tijdens de eerste voorlichtingsbijeenkomst haar zin. Jobs, Raskin en de teamleider van Lisa, John Couch, werden naar de hal geleid waar een Xerox Alto was neergezet. ‘Het was een zeer gecontroleerde show van een paar applicaties, en daarvan vooral een tekstverwerker,’ aldus Goldberg. Jobs was niet tevreden; hij belde het hoofdkantoor van Xerox en eiste meer.

Daarom werd hij een paar dagen later nogmaals uitgenodigd, en dit keer nam hij een groter team mee met onder anderen Bill Atkinson en Bruce Horn, een programmeur bij Apple die bij Xerox PARC had gewerkt. Zij wisten allebei waar ze op moesten letten. ‘Toen ik op mijn werk kwam, was er een hoop drukte in het bedrijf en kreeg ik te horen dat Jobs en een handvol van zijn programmeurs in de vergaderzaal zaten,’ vertelde Goldberg. Een van haar technici probeerde hen bezig te houden met meer verschillende schermen van de tekstverwerker. Maar Jobs werd ongeduldig. ‘Hou op met die bullshit!’ riep hij telkens weer. Daarop staken de Xerox-mensen even de koppen bij elkaar en besloten de kimono ietsje verder open te doen, maar heel langzaam. Ze stemden erin toe dat Tesler zich uit mocht sloven met Smalltalk, de programmeertaal, maar hij mocht alleen de ‘niet-geheime’ versie van de demo laten zien. ‘Hij zal erdoor verbijsterd zijn en nooit beseffen dat hij niet de vertrouwelijke versie heeft gezien,’ zei het hoofd van het team tegen Goldberg.

Daarin vergisten zij zich. Atkinson en anderen hadden een paar artikelen gelezen die door Xerox PARC gepubliceerd waren en wisten daardoor dat ze geen complete beschrijving kregen. Jobs belde naar het hoofd van de investeringsafdeling van Xerox om zijn beklag te doen en onmiddellijk kwam er een telefoontje van het hoofdkantoor in Connecticut met de opdracht dat Jobs en zijn groep alles mochten zien. Goldberg stormde woedend weg.

Toen Tesler dan uiteindelijk liet zien wat geheim was gehouden, waren de Apple-mannen verbijsterd. Atkinson staarde naar het scherm en bestudeerde iedere pixel van zo dichtbij dat Tesler zijn adem in zijn nek voelde. Jobs sprong op en neer en zwaaide opgewonden met zijn armen. ‘Hij rende zoveel heen en weer dat ik niet weet hoe hij het grootste deel van de demo heeft kunnen zien, maar hij zag hem zeker, want hij bleef maar vragen stellen,’ vertelde Tesler. ‘Hij was het uitroepteken bij ieder stap die ik liet zien.’ Jobs zei keer op keer dat hij niet kon geloven dat Xerox geen commercieel gebruikmaakte van de technologie. ‘Jullie zitten op een goudmijn,’ riep hij. ‘Ik kan maar niet geloven dat Xerox dit niet uitbuit.’

De demonstratie van Smalltalk toonde drie opvallende dingen. Een daarvan was hoe computers een netwerk konden vormen. De tweede was hoe objectgerichte programmering werkte. Maar Jobs en zijn team besteedden maar weinig aandacht aan deze kenmerken, aangezien ze helemaal verbluft waren door de grafische interface en het scherm als bitmap. ‘Het was alsof er een sluier voor mijn ogen werd weggehaald,’ vertelde hij later. ‘Ik kon nu zien hoe de toekomst van het werken met computers eruit moest gaan zien.’

Toen de bijeenkomst bij Xerox PARC na ruim twee uur afgelopen was, reed Jobs Atkinson terug naar het Apple-hoofdkwartier in Cupertino. Hij ging snel, net als zijn hoofd en gepraat. ‘Dit is het!’ riep hij, met nadruk op ieder woord. ‘We moeten dit doen!’ Het was de doorbraak waar hij naar had gezocht: het brengen van computers naar de mensen, met het vrolijke maar betaalbare design als een huis van Eichler en het gebruikersgemak van een gelikt keukenapparaat.

‘Hoe lang zou het duren voordat dit geïmplementeerd kan worden?’ vroeg hij.

‘Ik weet het niet,’ antwoordde Atkinson. ‘Misschien een halfjaar.’ Het was een vreselijk optimistische schatting, maar ook motiverend.

‘Grote kunstenaars stelen’

De overval van Apple op Xerox PARC wordt wel eens omschreven als een van de grootste diefstallen in de geschiedenis van de industrie. Jobs onderschrijft die visie zo nu en dan, met trots. ‘Het komt erop neer dat je je open probeert te stellen voor de beste dingen die de mens ooit heeft gepresteerd, en daarna probeert die dingen op te nemen in wat je zelf aan het doen bent,’ zei hij eens. ‘Ik bedoel, Picasso heeft ooit gezegd: “Goeie kunstenaars kopiëren, grote kunstenaars stelen.” En we hebben ons nooit geschaamd voor het stelen van grote ideeën.’

Een ander oordeel, dat ook wel eens door Jobs is onderschreven, is dat wat er gebeurd was, niet zozeer een overval was van Apple maar geknoei van Xerox. ‘Dat waren kopieermachinemannen die er geen idee van hadden wat een computer allemaal kon,’ zei Jobs over het management van de producent van kopieermachines. ‘Ze hadden de grootste overwinning in de computergeschiedenis in handen, maar gingen met een nederlaag naar huis. Xerox had de hele computerindustrie aan het lijntje kunnen hebben.’

In beide oordelen zit veel waarheid, maar er is nog iets. Er valt een schaduw, zoals T.S. Eliot het uitdrukte, tussen het idee en de schepping. In de annalen van innovaties maken nieuwe ideeën slechts één kant uit van de vergelijking. De uitvoering is net zo belangrijk.

Jobs en zijn ontwerpers brachten grote verbeteringen aan in de grafische interface die ze bij Xerox PARC hadden gezien en waren in staat die te implementeren op een wijze die Xerox nooit voor elkaar had kunnen krijgen. Zo had de muis van Xerox drie knoppen, hij was ingewikkeld, kostte $ 300 en rolde niet lekker. Een paar dagen na zijn bezoek aan Xerox PARC ging Jobs naar een plaatselijk bedrijf voor industrieel design en zei tegen een van de oprichters, Dean Hovey, dat hij een eenvoudig model met één knop wilde dat $ 15 kostte: ‘En ik wil hem kunnen gebruiken op formica en mijn spijkerbroek.’ En Hovey maakte die.

De verbeteringen beperkten zich niet tot details, maar betroffen het hele concept. De muis van de Xerox PARC kon niet worden gebruikt om een ‘venster’ over het scherm te slepen. Apple’s technici ontwierpen een interface waarmee je niet alleen vensters en bestanden kon verslepen, maar ze ook in mappen kon stoppen. In het Xerox-systeem moest je een commando kiezen om iets te doen, van het veranderen van het formaat van het venster tot het veranderen van de extensie waarmee een bestand werd opgeborgen. Het Apple-systeem transformeerde de bureaubladmetafoor in een virtuele werkelijkheid door je dingen aan te laten raken, te manipuleren, te verslepen en elders op te bergen. En Apple’s technici werkten nauw samen met de ontwerpers – met Jobs die hen iedere dag weer aanspoorde – om het bureaubladconcept verder te verbeteren door fantastische iconen toe te voegen, menu’s die vanuit een balk boven in het venster naar beneden kwamen, en het vermogen om bestanden en mappen te openen door dubbel te klikken.

Het is niet zo dat de bazen van Xerox niet wilden inzien wat hun wetenschappers in PARC ontwikkeld hadden. Ze hadden zelfs geprobeerd eraan te verdienen – en in dat proces toonden ze aan waarom een goede realisering net zo belangrijk is als een goed idee. In 1981, dus lang voordat de Lisa en de Macintosh op de markt kwamen, introduceerden ze de Xerox Star, een machine met hun grafische interface, muis, bitmapbeeld, vensters en de bureaubladmetafoor. Maar de computer was traag (het opslaan van een groot bestand kon minuten duren), duur ($ 16.595 in de winkel) en vooral bedoeld voor netwerken in de kantorenmarkt. Het werd een flop: er werden er slechts 30.000 van verkocht.

Zo gauw de Star op de markt was, gingen Jobs en zijn team naar de Xerox-dealer om hem te bekijken. Maar volgens Jobs was het ding zo waardeloos dat hij zijn collega’s zei dat ze er geen geld voor over moesten hebben om er een te kopen. ‘We waren heel opgelucht,’ vertelde hij. ‘We wisten dat ze het niet goed hadden gedaan en dat wij het wel konden – tegen een fractie van de prijs.’ Een paar weken daarna belde hij Bob Belleville, een van de hardwaredesigners van het team van de Xerox Star. ‘Alles wat je tot nu toe in je leven hebt gedaan, is shit,’ zei Jobs, ‘dus waarom kom je niet voor mij werken?’ Belleville nam het voorstel aan, net als Larry Tesler die ook zo’n aanbod kreeg.

In zijn enthousiasme nam Jobs de dagelijkse leiding van het Lisa-project op zich, dat onder leiding stond van John Couch, de voormalige HP-technicus. Jobs passeerde Couch en ging met zijn ideeën direct naar Atkinson en Tesler, vooral wanneer het om het ontwerp van de grafische interface van de Lisa ging. ‘Hij belde me dan voortdurend, om 2 uur ’s nachts of om 5 uur in de ochtend bijvoorbeeld,’ aldus Tesler. ‘Ik vond het heerlijk, maar het maakte mijn bazen van de Lisa-afdeling kwaad.’ Jobs kreeg te horen dat hij niet buiten de hiërarchische kanalen moest telefoneren. Hij hield zich even in, maar niet lang.

Een enorme ruzie brak uit toen Atkinson besloot dat het scherm een witte achtergrond moest hebben in plaats van een donkere. Daardoor kon hier iets worden geïntroduceerd wat zowel Atkinson als Jobs wilden: wysiwyg, uitgesproken als wi-zie-wig, een acroniem voor what you see is what you get: wat je ziet op het scherm is wat je krijgt als je het print. ‘Het hardwareteam schreeuwde moord en brand,’ vertelde Atkinson. ‘Ze zeiden dat dat ons ertoe zou dwingen om een fosforscherm te gebruiken dat het minder lang zou volhouden en meer zou knipperen.’ Daarom riep Atkinson Jobs te hulp, die zijn kant koos. De hardwaremannen mopperden, maar vertrokken en zochten uit hoe het moest. ‘Steve zelf was geen goede technicus, maar hij was heel goed in het beoordelen van iemands antwoord. Hij kon zo vertellen of de technici in de verdediging waren of onzeker van zichzelf.’

Een van Atkinsons buitengewone prestaties (waar we nu zo aan gewend zijn dat we ons er nog maar zelden over verwonderen) is dat vensters op een scherm op elkaar kunnen ‘liggen’ zodat ‘het bovenste’ die ‘daaronder’ geheel of gedeeltelijk bedekt. Atkinson ontwierp dit zo dat je met die vensters kunt schuiven, net als je met mappen en vellen op je bureau kunt schuiven, waarbij de onderste zichtbaar worden of onzichtbaar als je er wat oplegt of vanaf haalt. Natuurlijk zijn er op een computerscherm geen laagjes pixels onder de laag die jij ziet, en er bestaan dus geen echte vensters onder dat ‘bovenste’. Om de illusie te scheppen dat vensters boven elkaar liggen, is een complexe codering vereist waarbij zogenoemde ‘domeinen’ betrokken zijn. Atkinson dwong zichzelf om dit trucje onder de knie te krijgen omdat hij dacht dat hij dat gezien had bij Xerox PARC. Maar de ontwerpers van Xerox PARC hadden dit nooit voor elkaar gekregen en zij vertelden hem later hoe verbaasd ze waren dat hij het wel had gepresteerd. ‘Ik kreeg een idee van het bezielende aspect van naïviteit,’ vertelde Atkinson. ‘Omdat ik niet wist dat het onmogelijk was, kreeg ik de bezieling om het mogelijk te maken.’ Atkinson werkte zo hard dat hij op een ochtend slaperig met zijn Corvette tegen een geparkeerde vrachtwagen reed en bijna omkwam. Jobs ging zo gauw hij het hoorde bij hem op bezoek in het ziekenhuis. ‘We waren behoorlijk ongerust over je,’ zei hij tegen Atkinson toen die weer was bijgekomen. Atkinson trok een grimas en antwoordde: ‘Maak je geen zorgen, ik herinner me de domeinen.’

Jobs had ook een passie voor vloeiend scrollen. Documenten zouden niet hortend en stotend regel voor regel moeten verschijnen als je er doorheen scrolt, maar zo vloeiend mogelijk. ‘Hij stond erop dat alles van de interface de gebruiker een lekker gevoel zou geven,’ aldus Atkinson. Ook wilden ze een muis waarmee de cursor makkelijk alle kanten op bewogen kon worden, niet alleen van boven naar beneden en andersom, en van links naar rechts en andersom. Hiervoor was een balletje nodig in plaats van de gebruikelijke twee wieltjes. Een van de technici zei tegen Atkinson dat ze een dergelijke muis nooit commercieel zouden kunnen maken. Nadat Atkinson hierover tijdens een diner bij Jobs zijn beklag had gedaan, kwam hij er de volgende ochtend bij aankomst bij Apple achter dat Jobs de technicus ontslagen had. Toen zijn vervanger Atkinson tegenkwam, was het eerste wat hij zei: ‘Ik kan die muis maken.’

Atkinson en Jobs waren enige tijd de beste vrienden en aten de meeste avonden samen in de Good Earth. Maar John Couch en de andere ontwerpers van het Lisa-team, waarvan de meesten nog als HP-mensen herkenbaar waren, hadden een hekel aan Jobs’ bemoeienis en waren woedend als hij ze weer eens beledigd had. Ook botsten twee visies. Jobs wilde een VolksLisa bouwen, een eenvoudig en goedkoop product voor de massa. ‘Het was een krachtmeting tussen mensen zoals ik, die een gelikte machine wilden, en die van HP zoals Couch, die zich op de zakelijke markt richtten,’ vertelde Jobs.

Zowel Scott als Markkula wilde inmiddels enige orde in Apple aanbrengen en maakten zich steeds meer zorgen over Jobs’ storende gedrag. Daarom smeedden ze in september 1980 een complot in de vorm van een reorganisatie. Couch werd de onbetwiste manager van de Lisa-afdeling. Jobs verloor de controle over de computer die hij naar zijn dochter had genoemd. Ook werd hij ontheven van zijn functie als vicepresident van de afdeling onderzoek en ontwikkeling. Hij werd de niet-leidinggevende voorzitter van de raad van bestuur, waardoor hij nog wel het gezicht van Apple naar buiten was, maar geen operationeel gezag meer had. Dat deed pijn. ‘Ik was boos en voelde me door Markkula in de steek gelaten,’ zei hij. ‘Hij en Scotty vonden dat ik niet in staat was om de Lisa-afdeling te leiden. Ik zat er ontzettend mee.’

iSteve / druk 1
titlepage.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_000.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_001.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_002.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_003.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_004.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_005.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_006.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_007.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_008.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_009.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_010.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_011.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_012.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_013.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_014.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_015.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_016.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_017.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_018.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_019.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_020.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_021.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_022.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_023.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_024.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_025.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_026.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_027.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_028.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_029.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_030.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_031.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_032.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_033.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_034.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_035.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_036.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_037.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_038.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_039.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_040.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_041.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_042.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_043.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_044.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_045.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_046.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_047.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_048.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_049.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_050.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_051.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_052.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_053.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_054.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_055.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_056.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_057.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_058.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_059.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_060.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_061.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_062.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_063.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_064.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_065.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_066.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_067.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_068.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_069.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_070.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_071.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_072.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_073.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_074.xhtml